12 Mei 2026

Wanneer geldt de gedoogplicht voor netbeheerders?

Grondeigenaar weigert toegang? Ontdek wanneer netbeheerders de gedoogplicht mogen inroepen en wat jouw rechten zijn.

Nutsbedrijf medewerker in oranje veiligheidsvest inspecteert kabelgoten in opgegraven sleuf bij Nederlandse boerderij.

De gedoogplicht voor netbeheerders geldt wanneer een netbeheerder infrastructuur moet aanleggen, onderhouden of uitbreiden en een grondeigenaar hiervoor geen toestemming wil geven. Op basis van de Telecommunicatiewet en de Belemmeringenwet Privaatrecht kan een netbeheerder in dat geval een gedoogplicht inroepen, waardoor de grondeigenaar verplicht is de werkzaamheden toe te staan. Dit geldt voor netbeheerders van openbare elektronische communicatienetwerken, zoals telecomoperators, maar ook voor energie- en waternetbeheerders. De gedoogplicht is gebonden aan strikte voorwaarden en procedures, en grondeigenaren hebben recht op een redelijke vergoeding.

Wat is de gedoogplicht voor netbeheerders?

Stel je voor: een telecomoperator wil een glasvezelkabel aanleggen, maar een grondeigenaar weigert toegang tot zijn perceel. Zonder een wettelijk instrument zou dat project volledig vastlopen. Precies daarvoor bestaat de gedoogplicht.

De gedoogplicht is een wettelijke verplichting die grondeigenaren, huurders of andere rechthebbenden verplicht om de aanleg, het onderhoud en de uitbreiding van netwerken op of onder hun grond toe te staan. Dit geldt ook als zij daar zelf geen toestemming voor willen geven. De juridische basis hiervoor ligt in twee wetten:

De gedoogplicht is geen vrijbrief om zomaar overal te graven. Er gelden duidelijke spelregels: de netbeheerder moet aantonen dat het werk noodzakelijk is voor het openbaar belang en dat er geen redelijk alternatief beschikbaar is.

Voor welke netbeheerders geldt de gedoogplicht?

Niet elke partij die kabels of leidingen wil aanleggen, kan zomaar een beroep doen op de gedoogplicht. De wet stelt hier specifieke eisen aan.

De gedoogplicht voor telecom geldt uitsluitend voor aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken. Denk aan grote telecomoperators zoals KPN, Vodafone of Odido, maar ook aan regionale glasvezelaanbieders die openbare netwerken beheren. Privé-netwerken of interne bedrijfsnetwerken vallen hier dus buiten.

Voor energie-infrastructuur geldt de gedoogplicht op basis van de Belemmeringenwet Privaatrecht voor erkende netbeheerders zoals Tennet, Alliander en Stedin. Ook waterbeheerders en gemeenten kunnen in bepaalde gevallen een beroep doen op vergelijkbare wettelijke instrumenten.

Kortom: de gedoogplicht is voorbehouden aan partijen die een publiek belang dienen met hun netwerk. Commerciële partijen zonder openbare netwerkfunctie komen hier niet voor in aanmerking.

Wanneer mag een netbeheerder de gedoogplicht inroepen?

De gedoogplicht is een zwaar juridisch instrument en mag niet zomaar worden ingezet. Een netbeheerder kan de gedoogplicht inroepen wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

In de praktijk betekent dit dat een netbeheerder altijd eerst moet proberen om via overleg en een redelijk aanbod tot een akkoord te komen. Pas als dat niet lukt, kan de formele procedure worden gestart.

Wat zijn de rechten en plichten van grondeigenaren bij de gedoogplicht?

Een gedoogplicht klinkt misschien als een eenzijdige maatregel, maar grondeigenaren hebben degelijke rechten. Het is belangrijk om die goed te kennen.

Rechten van de grondeigenaar:

Plichten van de grondeigenaar:

De vergoeding is een punt waarover regelmatig discussie ontstaat. Als partijen er onderling niet uitkomen, kan de rechter de hoogte van de vergoeding vaststellen.

Hoe verloopt de procedure voor het opleggen van de gedoogplicht?

De procedure verschilt afhankelijk van de toepasselijke wet, maar in grote lijnen ziet het proces er als volgt uit:

  1. Minnelijk overleg: De netbeheerder neemt contact op met de grondeigenaar en probeert via onderhandeling tot een overeenkomst te komen. Dit is een verplichte stap.
  2. Formeel verzoek: Lukt het minnelijk overleg niet, dan dient de netbeheerder een formeel verzoek in bij de bevoegde instantie. Voor telecom is dit de rechtbank; voor energie kan dit via de minister van Economische Zaken verlopen op basis van de Belemmeringenwet Privaatrecht.
  3. Beoordeling en beslissing: De bevoegde instantie beoordeelt of aan alle voorwaarden is voldaan en legt de gedoogplicht op als dat het geval is.
  4. Bezwaar en beroep: De grondeigenaar heeft de mogelijkheid om bezwaar te maken en in beroep te gaan tegen het besluit.
  5. Uitvoering: Na de formele oplegging kunnen de werkzaamheden worden uitgevoerd, met inachtneming van de afgesproken of vastgestelde vergoeding.

De doorlooptijd van zo’n procedure kan weken tot maanden bedragen, afhankelijk van de complexiteit en eventuele juridische procedures. Goede voorbereiding en duidelijke communicatie in de eerste fase verkorten die doorlooptijd aanzienlijk.

Welke uitzonderingen en beperkingen gelden voor de gedoogplicht?

De gedoogplicht is niet onbeperkt. Er zijn situaties waarin een netbeheerder geen beroep kan doen op dit instrument, of waarbij de reikwijdte beperkt is.

Belangrijke beperkingen:

Daarnaast speelt de proportionaliteitstoets een grote rol. Als de hinder voor de grondeigenaar onevenredig groot is ten opzichte van het belang van het project, kan de rechter de gedoogplicht afwijzen of aanpassen.

Hoe INNSO helpt bij gedoogplicht en locatie-acquisitie in telecom

De gedoogplicht inroepen is een complex traject waarbij juridische kennis, goede communicatie en procesbeheersing samenkomen. Wij begeleiden telecombedrijven door dit hele traject, van de eerste verkenning tot en met de formele procedure.

Wat wij voor je doen:

Wil je weten hoe we jouw telecomproject van begin tot eind soepel laten verlopen? Lees meer over ons of neem contact op en we kijken samen naar de mogelijkheden.

Gerelateerde artikelen